Een woning uit 1930 heeft vaak nog enkel glas van 4 millimeter in de kozijnen. Wie dat wil isoleren loopt bijna altijd tegen hetzelfde probleem aan: de sponning is te smal voor modern isolatieglas. HR++ glas komt in totaal op ongeveer 20 tot 24 millimeter, triple glas eerder op 36 tot 44 millimeter. In een sponning die voor 4 millimeter enkel glas is gemaakt, past dat niet zonder het kozijn uit te frezen of te vervangen. Bij oud houtwerk, en zeker bij een monument, is dat precies wat je wil vermijden.
Toch is het idee dat er in oude kozijnen niets te isoleren valt achterhaald. Er zijn inmiddels drie of vier serieuze routes, met flinke verschillen in prijs en in wat je aan de buitenkant terugziet. De keuze begint niet bij het glas, maar bij de rolmaat.
De sponning bepaalt je keuze
De sponning is de gleuf in het kozijn waarin de ruit valt, vastgezet met een glaslat of met kit. Hoe diep en breed die gleuf is, bepaalt welk glas er technisch in kan. In vooroorlogse woningen kom je vaak uit op 10 tot 14 millimeter breedte, soms minder bij smalle roeden.
Meet niet één raam op en ga daarna uit van dezelfde maat voor het hele huis: bij aanbouwen, later vervangen kozijnen en ramen in de achtergevel wijkt het regelmatig af.
Uitfrezen kan soms, maar je haalt dan hout weg bij precies het deel dat het glas moet dragen. Bij smalle roeden blijft er te weinig over en gaat het profiel wringen. Zichtbaar wordt het ook: een glaslat die plots twee keer zo dik is, valt op aan een gevel die je juist wilde behouden. Bij ramen met kleine ruitverdeling telt elke millimeter dubbel, omdat je het verschil per roede terugziet.
Let daarnaast op de staat van het hout. Zit er houtrot in de onderregel of in de hoekverbindingen, dan is nieuw glas zonde van het geld voordat dat is hersteld. Een goede werkwijze begint dan ook met een priem langs de onderdorpel, niet met een gesprek over glassoorten.
Gewicht is het tweede struikelpunt
Enkel glas weegt rond de 10 kilo per vierkante meter, HR++ glas ongeveer het dubbele en triple glas nog een stuk meer. In vaste ramen valt dat mee, want de last komt op het kozijn en op de constructie. In draaiende delen wordt het anders. Daar belasten die kilo’s de scharnieren, en bij oude ramen zie je dan na een paar jaar dat het raam gaat zakken, klemt of niet meer sluit.
Soms is dat op te lossen met zwaardere scharnieren en een extra bevestiging in de stijl. Maar bij een raam van 80 bij 180 centimeter praat je over tientallen kilo’s extra, en dan is het hout de beperkende factor. Dit is de reden dat dun glas in draaiende delen vaak de betere keuze is, ook als er in de vaste ramen prima dikker glas kan.
Wat vacuümglas anders doet
Tussen de twee glasbladen van vacuümglas zit geen lucht of edelgas, maar een vacuüm van ongeveer een tiende millimeter. Warmte verplaatst zich moeilijk door niets, dus geleiding en convectie vallen vrijwel weg. Wat overblijft is warmtestraling, en die wordt tegengehouden door een dunne coating op één van de twee bladen. Kleine afstandhouders in het vacuüm voorkomen dat de platen tegen elkaar worden gedrukt, en langs de rand zit een luchtdichte afdichting die het vacuüm op zijn plek houdt.
Het resultaat is een ruit van 6 tot 10 millimeter met een U-waarde die, afhankelijk van type en fabrikant, tussen 0,4 en 0,7 W/m²K ligt. HR++ glas zit rond de 1,1 en triple glas rond de 0,6 tot 0,8, maar dan wel in een pakket dat vier tot vijf keer zo dik is. Daardoor kun je vacuümglas in een sponning kwijt waar eerder alleen enkel glas in ging, met een isolatiewaarde die je normaal alleen met veel dikker glas haalt.
Wat je er in huis van merkt
Een lage U-waarde klinkt abstract, dus het helpt om te kijken naar de temperatuur van de ruit zelf. Bij enkel glas is het glasoppervlak op een vorstdag vaak niet veel warmer dan 6 of 8 graden. Je voelt dat als koudeval: lucht koelt af tegen het raam, zakt naar de vloer en trekt langs je benen. Daarom zet niemand een bank pal voor een enkelglas raam. Bij goed isolerend glas blijft het oppervlak veel warmer, waardoor die luchtstroom grotendeels verdwijnt en de ruimte tot aan het raam bruikbaar wordt.
Condens gedraagt zich ook anders. Aan de binnenkant zie je bij dun isolatieglas veel minder aanslag dan bij enkel glas, simpelweg omdat het glas warmer blijft. Aan de buitenkant kan juist wel condens ontstaan op koude, heldere ochtenden. Dat is geen defect, maar een teken dat de warmte binnenblijft. Het trekt in de loop van de ochtend weg.
Geluid verbetert meestal ook, maar minder spectaculair dan de isolatiewaarde suggereert. Voor verkeersgeluid zijn massa en asymmetrische opbouw belangrijker dan de vacuümlaag. Wie langs een drukke weg woont en vooral rust zoekt, doet er goed aan daar apart naar te vragen, want dan zijn er glassoorten die specifiek daarop zijn ontworpen.
Waar je rekening mee houdt
Perfect is het niet. De prijs per vierkante meter ligt een stuk hoger dan bij HR++ glas, en dat verschil loopt op als je veel ramen hebt. De afstandhouders zijn bij goed licht en van dichtbij zichtbaar als een raster van kleine puntjes. De meeste mensen zien ze na een week niet meer, maar wie er scherp op let, ziet ze wel. Wie daar gevoelig voor is, kan het beste een monsterruit of een uitgevoerd project in het echt bekijken voordat de keuze valt.
Verder is de rand het gevoelige deel. Daar zit de afdichting, en daar loopt ook een koudebrug: over de laatste centimeters is de isolatie minder goed dan midden in de ruit. Bij kleine ruitjes weegt die rand relatief zwaar mee, waardoor de winst op een raam met veel roeden lager uitpakt dan het productblad belooft. Ook zijn er grenzen aan de afmetingen per type, en bij ruiten die deels in de zon en deels in de schaduw liggen blijft de juiste glaskeuze belangrijk vanwege thermische spanning.
De tussenvarianten
Vacuümglas is niet de enige route. Dun dubbelglas, vaak monumentenglas genoemd, komt op ongeveer 12 tot 14 millimeter en haalt een U-waarde rond de 1,1 tot 1,2. Dat past in wat ruimere sponningen en kost minder. Een achterzetraam aan de binnenkant laat het buitenaanzicht volledig intact en is bij glas in lood vaak de enige nette oplossing; nadeel is dat je twee ruiten moet schoonhouden en dat het raam anders opent. Voorzetramen zie je in de praktijk minder, omdat ze aan de buitenkant wel opvallen.
Bij glas in lood is vervangen zelden de bedoeling. Het gebrandschilderde of gekleurde glas is niet na te maken in isolerende uitvoering zonder het beeld te veranderen, dus daar blijft de bestaande ruit zitten en komt de isolatie erachter.
Kies per raam, niet per woning
Het beste startpunt is een rondje langs alle ramen met een schuifmaat en een lijst. Noteer per raam de sponningmaat, of het een vast of draaiend deel is, of het aan de straat of aan de achterkant zit en hoe het hout eraan toe is. In veel woningen kom je daarna uit op een combinatie. Waar de kozijnen ruim genoeg zijn doe je gewoon HR++ glas of dun dubbelglas, want dat is per bestede euro het gunstigst. Vacuümglas houd je voor de ramen waar niets anders in past, en juist daar verdient het zich het snelst terug.
Bij isolatieglas zijn garantietermijnen van tien tot vijftien jaar gebruikelijk. Die gelden doorgaans alleen wanneer dezelfde partij het glas heeft geleverd en geplaatst, en dat is logisch: een fabrikant kan niet overzien hoe er in het kozijn is gemonteerd.
